Het trieste einde van dokter De Boer
In 1843 vestigde de jonge dokter Dirk de Boer zich in Marrum. Hij was opgegroeid in Holwerd en op 22-jarige leeftijd werd hij dokter in Marrum. Hij trouwde in hetzelfde jaar met Berbera Houtsma, een volle nicht van hem. Hij kwam uit een welgesteld milieu en dat gold nog meer voor zijn vrouw. De dokter kocht een riant huis, dat tot die tijd als herberg in gebruik was geweest. We kennen het als De Groene Oase aan de Lage Herenweg 30. lees verder…
God van Marrum
Dit is een anekdote uit de historie van de wezenplaats Tjallingastate, waar de familie Schuiling nu al een aantal generaties boer is. Hier werden sinds 1541 wezen opgevangen. De pachter en zijn vrouw zorgden voor de wezen en hoefden daarom geen of minder pacht te betalen.
De stichtster van het weeshuis, Kinsck van Ropta, had bepaald dat er 12 tot 15 wezen opgevangen zouden worden, maar in de praktijk waren het er door de eeuwen heen minder, niet meer dan zes. Meestal jongens, die ook mee konden helpen op de boerderij. Later ook wel meisjes. Ze gingen in Marrum naar school. lees meer…
Drie keer per dag naar school
In het schooljaar 2018-2019 is basisschool Aasterage begonnen met het continurooster: iedere schooldag dezelfde lestijden en tussen de middag eten op school. Rond 1870 was het wel anders en moesten de kinderen zelfs drie keer per dag naar school! Pieter Jelles Wierstra (1863-1964) schreef daarover in zijn herinneringen aan Marrum. lees meer…
IJspret in Marrum
Als het gaat vriezen raakt menigeen in rep en roer. Kan er geschaatst worden of gooit de dooi weer roet in het eten?
Het is al weer een aantal jaren geleden dat er een ijsbaantje bij Marrum was aan het Oudhuisterwegje. Ook de ijsbaan bij de Marrumer molen was geen lang leven beschoren. Over hoe het heel lang geleden was schreef Pieter Jelles Wierstra (1863-1964). lees meer…
Kerstvloed 1717 trof ook Marrum en Westernijkerk
Een van de grootste stormvloeden van de laatste vijfhonderd jaar vond plaats tijdens de kerstnacht van 1717. De dijken waren niet bestand tegen de het wassende water en stroomden over of braken door.
Dagenlang had er een zuidwesterstorm gewoed. Toen draaide de wind ’s nachts plots 180 graden en tijdens de Kerstnacht, 25 december 1717, werden de mensen in het donker door het water overvallen.
De verwoesting was enorm: Dokkum en Kollum stonden blank. Het water reikte tot aan de poorten van Groningen, Zwolle en Amsterdam. In Holwerd verdronken 25 mensen en in Ternaard 30. Voor zover bekend vielen er in Marrum en Westernijkerk geen slachtoffers. Wel raakte Ferwerderadeel ‘in grooten nood‘, volgens een historisch boek1. In (Wester)nijkerk zochten alle gezinnen op drie na hun toevlucht in de kerk. Dit is wel opvallend want zoals bekend staat deze kerk niet op een terp. Wel staat de kerk op een wat hoger gelegen kwelderwal (deze bij het aanslibben van klei ontstane kwelderwal ligt eigenlijk langs de gehele Hoge Herenweg) en de sterk gebouwde muren van de kerk zullen wel wat water hebben kunnen weerstaan. Dijken waren toen 3 à 4 meter hoog, terwijl ze nu meer dan 9 meter boven NAP zijn.
Bij Nieuwe Bildtzijl brak de dijk door en verdronken vier mensen. Meer dan 100 Friezen verdronken, maar toch kwam Friesland er nog relatief goed van af. In de Groninger Ommelanden verdronken maar liefst 2.300 mensen, meer dan11.000 koeien, 3.200 paarden en 21.000 schapen en werden 1.560 huizen verwoest. In Noord-Duitsland was het aantal slachtoffers nog veel groter. Daar verdwenen soms complete dorpen in de golven.

Tekening van de kerstvloed in Duitsland.
1 Algemeene Geschiedenis van Friesland, van H. W. Steenstra
Skûtsje Zeemans terug in Friesland
De Marrumer turfhandelaren Jentje Zeemans en diens zoon Sytze kochten in 1910 een skûtsje dat anno 2017 nog steeds in de vaart. Het skûtsje heeft vele omzwervingen gemaakt, de laatste jaren vooral in Frankrijk, waar de Ierse eigenaren John en Winnie Eakins het als varend vakantiehuis gebruiken. Maar in de zomer van 2017 was het skûtsje terug in Friesland.
Daarbij kwam het in Sneek tot een bijzondere ontmoeting van de Ierse eigenaren met de nazaten van Sytze Zeemans. Achterkleindochter Johanna van der Mey schreef er een leuke blog over. Klik hier om haar verhaal ‘It skûtsje fan pake Sytze’ te lezen.
De foto hierboven is ook van haar blog afkomstig.
De kanonskogel van Tjallingastate
Bij graafwerk op het achtererf van de de boerderij Tjallingastate in 1953 kwam een bijzonder voorwerp te voorschijn. Het bleek een stenen kanonskogel te zijn. Het is bekend dat in 1500 de Tjallingastins door Saksen werd belegerd. Zou de kanonskogel daarvan afkomstig zijn? Volgens de destijds geraadpleegde conservator van het Leger- en Wapenmuseum is dat zeer waarschijnlijk. lees meer…
De Dochmarwatts
Zo’n twintig jaar geleden is het alweer dat de Marrumer band de Dochmarwatts van start ging. Ze maakten furore tijdens de optredens met hun ‘kramtriedblues’ en maakten een paar cd’s. Hoogtepunten waren de optredens op Aaipop en Liet en natuurlijk het legendarische reünieoptreden in 2010 in De Groene Oase. lees meer…
Kinderen aan het werk of naar school?
Kinderarbeid: de gewoonste zaak van de wereld in de 19e eeuw. In 1871 is er een initiatief om de kinderarbeid tegen te gaan, voor kinderen tot 12 jaar tenminste….
In de Leeuwarder Courant van 14 april 1871 verscheen een oproep van de departementen van Het Nut van Hallum, Marrum en Ferwert om de schoolgang van kinderen te bevorderen. Boeren en andere belangstellenden werden opgeroepen om naar een bijeenkomst over dit onderwerp te komen in de herberg van Braak (deze was op “Kopkewier”). De bedoeling was blijkbaar dat de boeren gingen toezeggen om kinderen jonger dan 12 jaar niet meer toe te laten tot de veldarbeid en zo de schoolgang van deze kinderen te bevorderen. In de zomermaanden zal destijds het schoolbezoek nogal wat lager zijn geweest dan in de winter. Veel gezinnen konden het extra inkomen dat de kinderen verdienden ook goed gebruiken.Het is een grote ontwikkeling geweest tot de huidige situatie van leerplicht tot de leeftijd van achttien jaar!

Een van de namen onder de oproep is van hoofdonderwijzer Metzlar. Johannes Metzlar was maar liefst 41 jaar, van 1841 tot 1897 hoofd van de school in Marrum.
Brand in de oudjaarsnacht van 1985 op 1986
De jaarwisseling verliep in het verleden niet altijd rustig in Marrum. Tijdens de oudjaarsnacht van 1985-1986 ging er zelfs een pand in vlammen op. Het was het leegstaande pand Langebuorren 1, waar kapper Anne Andrae decennialang diverse generaties Marrumers heeft geknipt.
De Leeuwarder Courant meldde op 2 januari: “Hier brak tegen kwart voor drie brand uit in een pand aan de Langebuorren, dat al enkele jaren leegstond. De brand begon volgens de politie, nadat brandend materiaal van een brandje naast het pand naar binnen werd gegooid. De brandweer van Ferwerd bestreed de brand en bemoeide zich er vooral mee, de naastliggende panden te beschermen. Het pand ging geheel verloren, maar omdat het een slooppand was, bleef de schade tot een minimum beperkt.”

een foto van het pand toen het nog in gebruik was bij kapper Andrae (de foto is afkomstig van facebookgroep Marrumers, waar Lieuwe Zwaagstra de foto geplaatst heeft).
Topjaar voor grasdrogerij Marrum
Net als dit jaar kende het jaar 1965 een groeizame zomer. Verschil voor Marrum is dat toen de grasdrogerij aan de Stasjonswei nog in bedrijf was, en deze kwam in 1965 op een productie van 5000 ton gedroogd produkt (LC 29-10-1965). De hele zomer zal de geur van het grasdrogen over het dorp hebben gehangen…
De coöperatieve grasdrogerij begon in 1941. In 1969 verhuisde de drogerij naar de Botniaweg, waar hij tot en met 1981 in gebruik was.

Herberg Kopkewier in 1965 gesloopt
In deze snypsnaar kijken we weer 50 jaar terug:
toen werd het besluit genomen om het pand waarin vroeger een herberg was gevestigd, te slopen. Dit berichtte de Leeuwarder Courant van 25 augustus 1965.
De oude herberg stond op de hoek van de Lage Herenweg en de Stationsweg. Vroeger stond hier een handjevol huizen en boerderijen, in een buurtschapje dat Kopkewier heette en bij Westernijkerk hoorde.
In 1965/1966, toen de slopershamer zijn werk deed, was de oude herberg al behoorlijk verpauperd.
(foto: Fries Fotoarchief van Tresoar)

50 jaar geleden: eerste bejaardenwoningen Marrum geopend
De Protestantse Stichting voor Bejaardenwoningen opende vijftig jaar geleden haar eerste woningen. Zestien woninkjes in Marrum waren er gebouwd, voorzien van centrale verwarming. De officiële opening vond plaats bij de woning van de heer J. van der Mossel.
Nog steeds verhuurt de Protestantse Stichting voor Bejaardenwoningen, nu PSBwonen genaamd, een behoorlijk aantal woningen in Marrum, niet alleen aan bejaarden en ook niet alleen meer aan mensen met een protestantse achtergrond.

Bovenstaand bericht stond in de Leeuwarder Courant van 14 juli 1965.
Oesters uit Marrum
De Leeuwarder Courant verschijnt sinds 1752 en alle kranten zijn via internet te raadplegen op dekrantvantoen.nl. Een van de oudste berichten waarin Marrum voorkomt is een opmerkelijke mededeling uit de krant van 12 november 1757: Alle die gene die gelieft gedient te zijn van Frissche beste Oesters, kan zig adresseeren alle Dingsdags, Donderdags of Saturdags aan het Marrumer-schip, 10 St. het 100 en opgemaakt 12 St., die genegen is kan maar een Korf of Potje zenden aan PYTTER BINDICTUS te Marrum, en worden alle dagen fris uit Zee gehaalt.
Oesters uit Marrum? Blijkbaar was er een Marrumer visser die ze uit de Waddenzee haalde. Hoe hij de oesters van het wad heeft gehaald, lopend of met een klein bootje, is onbekend. Ze waren in ieder geval in Leeuwarden verkrijgbaar op dinsdag, donderdags en zaterdags bij het Marrumer schip. Hieruit is af te leiden dat er op die dagen vanuit Marrum een geregelde dienst van een schip was dat via de vaart en de Dokkumer Ee naar Leeuwarden voer. De oesters kostten 10 stuivers per 100 stuks, of 12 stuivers als de oesters klaargemaakt waren. Er kon ook een korf of potje aan de visser worden gestuurd, waarna deze gevuld met oesters werden geretourneerd.
De inheemse platte oester komt nu niet meer voor in de Waddenzee, maar in de 17e en 18e eeuw werd er zeer veel op gevist.(geplaatst op 10 juni 2015)

50 jaar geleden: bejaardentehuis in Marrum gaat dicht
Op 19 maart 1965 meldde de Leeuwarder Courant dat het bejaardentehuis, dat in het Heephûs gevestigd was, dicht moest. Het monumentale pand dateert van 1832, toen grietman en notaris Jan Albarda het liet bouwen. Het voormalige notarispand was vanaf circa 1915, nadat Louise Heep het pand aan de gemeente had geschonken, in gebruik als ’tehuis voor ouden van dagen’.

100 jaar geleden: Marrumer militairen gemobiliseerd
100 jaar geleden woedde de Eerste Wereldoorlog. Nederland was neutraal, maar dat betekende niet dat deze periode hier ongemerkt voorbij ging. Het leger werd gemobiliseerd. Ruim 400.000 mannen zijn voor kortere of langere tijd onder de wapens. Vaak zijn ze jaren van huis en hebben slechts een enkele keer verlof. Ook een aantal Marrumers is gemobilieerd. Blijkbaar ontvangen zij lekkers van het damescomité dat in Marrum en Westernijkerk werd opgericht. In onderstaande advertenties (bron: dekrantvantoen.nl) van 6 en 8 maart 1915 bedanken de militairen hiervoor. Waar de militairen gelegerd zijn, wordt niet vermeld, mogelijk om de strijdende buurlanden niet wijzer te maken. Dergelijke damescomités hielden zich ook wel bezig met het breien en naaien van kledingstukken die naar de gemobiliseerde mannen werden gestuurd.

Telefoonaansluiting Zuivelfabriek

In mei 1915, bijna honderd jaar geleden, stond de advertentie in de Leeuwarder Courant dat de Stoomzuivelfabriek in Marrum telefonisch aangesloten was, met nummer 1.
Betekent het nummer 1 dat de zuivelfabriek als eerste in Marrum een telefoonaansluiting had? Het lijkt er wel op. Eerder nog dan de huisarts? Het zou wel eens kunnen dat Marrum destijds geen eigen dokter had. En als die er wel was, had die natuurlijk niet zo veel aan een telefoonaansluiting als van zijn patiënten nog niemand telefoon had!
Aanvulling: uit informatie ontvangen van Tj. Walda blijkt dat in 1915 in Marrum inderdaad geen dokter woonde. In 1892 vertrok dokter Posthumus en pas omstreeks 1930 vestigde zich weer een huisarts in Marrum: dokter Dijstra.
1901: Marrumer verongelukt onder trein
Op 22 april 1901 startte de Noord-Friesche Lokoaal Spoorwegmaatschappij op de spoorlijn Leeuwarden-Ferwert met personenvervoer. Daarna zou het spoor verder doorgetrokken worden. Zo’n 6 weken na de start viel er bij de overweg in Westernijkerk een dodelijk slachtoffer te betreuren, zo is in het onderstaande artikel uit de Leeuwarder Courant te lezen. Het onfortuinlijke slachtoffer was Sybe Tietes Boersma uit Marrum. In het artikel wordt ook gepleit voor afsluitbomen. Deze zijn er nooit gekomen.
Wilt u hierop of op een ander bericht reageren? Of hebt u zelf een bericht voor de website? U kunt dat doorgeven via het mailadres: info@marrumonline.nl.

Groote Aardappelen!
Op 28 augustus 1863 bericht de Leeuwarder Courant over ‘groote aardappelen’ die op het bedrijf van landbouwer Jensma in Westernijkerk zijn geoogst. In een tijd dat er nog geen kunstmest bestond en waarin de aardappelrassen ook niet dezelfde waren als nu, was het een bijzonderheid. Uit het artikeltje blijkt ook elders dikke aardappelen gevonden werden dat jaar: 1863 moet een groeizaam jaar voor aardappelen zijn geweest.En hoeveel een ‘oude pond’ was? Waarschijnlijk iets minder dan 500 gram. En een mud aardappelen was ongeveer 70 kilo. (bron artikel: dekrantvantoen.nl)

Nota voor turf uit 1882 opgedoken
De webredactie kreeg een bijzonder documentje in handen van mevrouw Janny ter Beek uit Urk. Haar man had het gevonden tussen de bladzijden van een oud boek.
De tekst luidt:
Geleverd aan de jakenie van Marrum den 15de Nowember 1882 H Vennema 10 ton baggelturf
per ton 0,65 …………………………….is 6,50
van dragen en meten…………………. 0,60
zomme 7,10
Voldaan den 19 December
Johs S Roersma
Enig onderzoek leert dat Johannes Sytses Roersma destijds turfschipper was in Marrum. Hij was getrouwd met Wytske Mennes Wybenga; ze hadden geen kinderen.
Met ‘de jakenie‘ zal bedoeld zijn de diaconie, die de turf ongetwijfeld gebruikt heeft voor de armenzorg. Het was ten tijde van een grote landbouwcrisis dus er waren veel behoeftigen. Het betrof ‘baggelturf‘, dit was opgebaggerd veen, dat gedroogd en geperst werd. Niet de beste soort turf maar de armen moesten het er mee doen. H. Vennema was degene die de turf namens de diaconie betaald heeft aan turfschipper Roersma.
