AANZICht.png

Marrum tijdens de Tweede Wereldoorlog 1940-1945

Hoe verging het de inwoners van Marrum in de periode van de Duitse bezetting? Hierover is gelukkig wel het een en ander bekend. De heer Henk Hoekstra wijdt in zijn beschrijving van de geschiedenis van Marrum een aantal pagina's aan deze periode. Klik hier voor deze beschrijving.

Van grote waarde is ook de Dorpskroniek Marrum 1940-1945. In mei 1985 verscheen dit boekwerkje met getuigenissen van negentien Marrumers, die tijdens de oorlog jonge volwassenen waren. Stuk voor stuk waardevolle verhalen over het dagelijks leven tijdens de bezetting en de belevenissen van deze Marrumers. Herinneringen aan de angst, onzekerheid, schaarste, maar ook aan de saamhorigheid uit die periode. Door een aantal verhalen worden de begrippen 'goed' en 'fout' genuanceerd als het bijvoorbeeld gaat over de Duitse soldaat Willy, die de bevolking subtiel inseinde als er een razzia kwam, of over de boer, die 'op'e Dútse hân' was, maar wel zorgde dat een aantal door de Duitsers opgepakte jongemannen weer vrijkwamen. Daarnaast zijn enkele gedichten opgenomen en aantekeningen uit de notulen van de Hervormde en Gereformeerde Kerk. Twee verhalen uit de Dorpskroniek 1940-1945 zijn hier opgenomen, die van Jacoba de Jong-van Dijk en die van Arjen Veltman en Nanne Wagenaar.

Gebeurtenissen in Marrum tijdens de bezetting

In aanvulling op de dorpsgeschiedenis die door H. Hoekstra op schrift is gesteld, wordt hier ingegaan op enkele gebeurtenissen uit de bezettingstijd.

Oorlog van vijf dagen en eerste jaren van de bezetting
Toen de Duitse dreiging in 1939 groter werd, riep de regering een algehele mobilisatie af van militairen. Overal langs de kust werden barakken gebouwd voor huisvesting van legeronderdelen, ook hier in Marrum aan de Ringweg, niet ver van het sportveld. Bij het uitbreken van de oorlog was er echter geen strijd in Ferwerderadiel. Wat dat betreft ging de oorlog aan Marrum voorbij. Een aantal mannen uit Marrum had dienst gedaan in het Nederlandse leger tijdens de vijf dagen van oorlog voordat Nederland zich overgaf. Zij keerden allemaal terug naar huis. De bezetting was begonnen en daarvan merkte men in het begin niet heel veel.

Over de houding van de bevolking in onze omgeving schrijft A. Algra in het boek 'Ausweis voor Noordoost Friesland' uit 1965 dat hij in 1941 een gesprek had met de heer Wildeboer, hoofd van de U.L.O. in Ferwert, waarbij deze het volgende opmerkte: "Hier is de houding absoluut niet pro-Duits. Men negeert de winterhulp, van de nieuwe orde wil vrijwel niemand iets weten, maar men neemt alles zo kalm op. Als ik het heb over de joden (het was net na de februaristaking), dan wordt dat afgekeurd en er wordt gezegd: "'t Is slim, dat is sa moat", maar dan wordt een pijp aangestoken en er merkt iemand op: "De ierappels stean der goed foar". Langzaam veranderde die min of meer passieve houding.

Rechtbankverslag uit het Leeuwarder Nieuwsblad van 23 juni 1942: Johannes K. uit Westernijkerk en Homme H. uit Marrum worden veroordeeld tot twee gulden boete of 2 dagen hechtenis omdat ze geen persoonsbewijs bij zich hadden.

 

Engelse bommen
Op 21 oktober 1942 werden de bewoners in de omgeving van het station opgeschrikt door bommen. De Engelsen deden een aanval op de spoorlijn bij Westernijtsjerk. Het spoor werd wel enigzins beschadigd maar al gauw hersteld. Er sneuvelden in de buurt de nodige ruiten maar er vielen geen slachtoffers.

Melkstaking 1943
De aanleiding tot de staking was de bekendmaking op 29 april 1943, dat Nederlandse oud-militairen (die gevochten hadden in mei 1940) zich vrijwillig moesten melden voor krijgsgevangenschap. Een dag later brak de melkstaking (ook wel april-meistaking genoemd) uit. Nooit eerder deden zoveel mensen mee aan een staking. Boeren, gewoonlijk afkerig van staken, waren massaal van de partij. Ze leverden geen melk meer aan de fabrieken maar gaven die aan de kalveren; melkbussen die wel aan de weg stonden werden leeggegooid in de sloot. De Duitse bezetter maakte er op wrede wijze een eind aan. Het standrecht werd ingevoerd en wie nog door staakte, werd doodgeschoten. Op 3 mei was de staking ten einde. De wrede onderdrukking van de Melkstaking bracht in Friesland een ommekeer tot stand. Er kwam meer verzet en een betere organisatie van het onderduiken, en er kwam meer repressie; de bezetters traden harder op.

Tijdens de melkstaking kreeg zuivelfabriek in Marrum amper melk aangevoerd. De politie informeerde meermalen bij burgemeester Esselink hoe de toestand te Marrum was, waarop de burgemeester hun verzekerde, dat de toevoer van melk naar de zuivelfabriek al weer met 200% gestegen was (zonder erbij te zeggen, dat de aanvoer eerder bijna nihil was geweest). Met dit antwoord heeft men blijkbaar genoegen genomen. (Burgemeester Esselink werd in op 9 november 1944 afgezet door de Duitsers en gevangen gezet in het Huis van Bewaring in Leeuwarden. Bij de bevrijdingsactie van het Friese verzet op 8 december 1944 (bekend als de overval) was Esselink één van de 51 mensen die werden bevrijd.)

Er was ook ander verzet: Tijdens de melkstaking had een aantal stakers bij Marrum een goederenwagon dwars over de rails getrokken. De Marrumer kruidenier Frans (Gerrits) van Dijk hield daarop, staande op de wagen, een redevoering, die eindigde met het verzoek het Wilhelmus te zingen. Na een paar dagen werd Van Dijk door de Duitsers gearresteerd, evenals drie onderwijzers. Ze hadden geluk, want alle vier zijn ze na een tijdje ook weer vrijgelaten. De kruidenier Frans van Dijk zou de bevrijding echter niet meemaken; hij overleed op 43-jarige leeftijd op 13 januari 1945.

Onderduikers

Onderduikverhalen zijn onlosmakelijk verbonden met de bezettingstijd. Het ging daarbij om mannen die niet in Duitsland te werk wilden worden gesteld, mannen die dienst hadden gedaan in het Nederlandse leger, verzetsmensen en natuurlijk degenen die joods waren. Voor zover bekend had Marrum bij het uitbreken van de oorlog geen joodse inwoners. Wel hebben op enkele plekken van elders afkomstige joodse Nederlanderrs ondergedoken gezeten. Een indrukwekkend onderduikverhaal, helaas met een trieste afloop, heeft Lutske Engbrenghof-Swart opgeschreven. Zij woonde na haar trouwen in een afgelegen huisje tussen Marrum, Hallum en Ferwerd en heeft met haar man onderdak geboden aan een Joods gezin uit Amsterdam. Klik hier om het verhaal te openen.

Duitsers in pastorie in Marrum

Per 1 januari 1944 werd de gereformeerde pastorie door de Duitsers gevorderd en er werd een aantal manschappen gestationeerd. Deze groep werd door hun patrouilles gevreesd in de wijde omgeving.

De N.B.S. (de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, het verzet) hebben uitgebreide informatie over deze Duitse post verzameld om te gebruiken voor een actie. Er was een bezetting van 13 of 14 Duitsers. Bij nacht stonden buiten twee man op wacht en één binnen. De patrouilles die uitrukten waren steeds drie man sterk, op de fiets. De Inspektor ('de snorreman') ging geregeld op pad met een motorrijder.

rechts een bekendmaking uit de Friesche Courant van 06-05-1944

Bevrijding van Marrum
Toen de geallieerden oprukten kwam op 13 april 1945 het bevel voor de NBS om tot grote actie over te gaan: dit betekende een aanval op de Duitse post op het Noorderleech en ook een actie tegen de Duitse groep in de Marrumer pastorie. Het plan werd echter doorkruist door een incident. Er kwam opeens een locomotief met een wagon uit Leeuwarden, bemand met Duitsers. Het doel was een paar wagons met aardappelen op te halen, die tussen Blija en Holwerd stond. Het plan lukte. Er werd echter op de zaak geschoten. Het gevolg was dat de Duitsers terugschoten en zij bleven vuren, de hele gemeente door. Daardoor werden de operaties doorkruist, en de volgende dag was het niet meer nodig. De pastorie was verlaten door de Duitsers. Mogelijk is hierdoor een bloedvergieten in Marrum voorkomen. Op 16 april trokken de eerste Canadese voertuigen door het dorp, die met veel gejuich, soms met tranen gepaard, werden verwelkomd.
fragment uit een bevrijdingskrantje van 17 april 1945

Bovenstaande informatie over gebeurtenissen in Marrum tijdens de bezetting is voor het grootste deel afkomstig uit het boek 'Ausweis voor Noord Oost Friesland' uit 1965.

Dorpsgenoten die omkwamen

Ter herinnering aan de Marrumers die omkwamen is geprobeerd om informatie over hen te verzamelen. De omstandigheden waaronder zij om het leven zijn gekomen waren zeer verschillend; enkelen overleden ver van huis na een zware lijdensweg, anderen werden hier zonder pardon doodgeschoten. Ook stierf een aantal als gevolg van een ongeluk, maar dan wel een ongeluk dat zonder oorlog niet gebeurd zou zijn. Allen betaalden ze de hoogste prijs.

'Betinke yn frijheid', dit is de tekst op het herdenkingsmonument dat in 2015 in Marrum geplaatst is dankzij de Commissie Dodenherdenking. Bij de jaarlijkse dodenherdenking werden altijd bloemen gelegd bij drie oorlogsgraven op de begraafplaats in Marrum. De commissie had het gevoel dat daarmee de andere slachtoffers uit Marrum van de Tweede Wereldoorlog en de strijd in Indië tekort werden gedaan. In het monument, dat ontworpen is door Paulina Osinga-Krottje, zijn subtiel een kat en een roek verwerkt, Marrumers worden vanouds 'katten' genoemd en Nijkerkers 'roeken''. Kettingen in een V-vorm verwijzen naar Vrede, Vrijheid en Verbondenheid. Op 4 mei 2015 zijn onder grote belangstelling voor de eerste keer bloemen gelegd bij dit monument, dat te vinden is bij de Wilhelminaboom op het Oosten, op de terp van Marrum.

Pieter van Lingen *21-06-1918 Westergeest †21-06-1940 Golf van Biskaje
Pieter van Lingen, zoon van Sybren van Lingen en Romkje Westerhof, was werkzaam als bediende op een koopvaardijschip. Op 21 juni 1940, zijn 22-ste verjaardag, was hij aan boord van het Nederlandse stoomvrachtschip Berenice, dat vanuit Bordeaux onderweg was naar Engeland. Door een Duitse U-Boot werd de Berenice getorpedeerd en tot zinken gebracht. Negen opvarenden konden worden gered maar Pieter van Lingen was daar niet bij; hij kreeg een zeemansgraf. Pas in 1950 werd door het ministerie van justitie een overlijdensakte opgemaakt van de vermiste Van Lingen. De naam van Pieter van Lingen is vermeld op een oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de 247 zeelieden van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij (KNSM) die tijdens de bezettingsjaren zijn omgekomen. Dit monument staat op het KNSM-eiland in Amsterdam. 

Hierbij een fragment uit de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 die in de hal van de Tweede Kamer ligt (www.erelijst.nl). Waarom er als datum 8 maart 1941 bij staat, is onbekend. Waarschijnlijk is het een fout.

Gerrit Zeemans *03-05-1885 Marrum  †07-08-1943 Marrum
Op 7 augustus 1943 werd om 4 uur in de morgen een grootscheepse razzia gehouden. De 58-jarige brandstoffenhandelaar Gerrit Zeemans had wat zijn leeftijd betrof niets te vrezen. Wel was hij in het bezit van een halve zijde spek, waarvan hij vreesde dat die in beslag zou worden genomen. Om dit te voorkomen wilde hij het spek verbergen. Een Duitse militair, die waarschijnlijk vermoedde dat iemand een vluchtpoging waagde, schoot Zeemans neer. Hij overleed dezelfde dag in hospitaal Het Diaconessenhuis in Leeuwarden aan zijn verwondingen en werd begraven op de begraafplaats in Marrum.
Gerrit Zeemans was een zoon van Jentje Zeemans en Janke Rijpstra en gehuwd met Sjoerdje Hijma, eerder weduwnaar van Trijntje Kok. Hij woonde aan de Lage Herenweg 55.

Willem Valk *17-06-1924 Marrum †12-09-1943 Mülheim aan de Ruhr
Boerenarbeider Willem Valk belandde in de oorlog in Duitsland om er te werken. Hij werkte bij een boer, waarschijnlijk bij Hannover. Toen hij per trein weer naar huis probeerde te komen, is hij opgepakt en geïnterneerd in het 'Arbeitserziehungslager Flughafen Essen-Mülheim' in het Ruhrgebied. Daar, in Mülheim aan de Ruhr is hij overleden op 12 september 1943, nog maar 19 jaar oud. Volgens de overlijdensakte was difterie de doodsoorzaak. Het 'Lager Flughafen' was een werkkamp o.a. voor de aanleg van een vliegveld, waar veel buitenlandse dwangarbeiders te werk waren gesteld. Onder hen waren veel Nederlanders die hadden geprobeerd naar Nederland te vluchten. In de Duitse overlijdensakte staat als woonplaats Hannover. Willem Valk is begraven op het ereveld met oorlogsgraven van het Hauptfriedhof (Hoofdbegraafplaats) in Mülheim.
Hij was de oudste zoon van Hendrik Willems Valk en Akke Miedema. Het gezin woonde in Westernijtsjerk (in het huis dat nu huisnr. 1 heeft).
De overlijdensadvertentie is afkomstig uit de Leeuwarder Courant van 16 november 1943.

Keimpe van den Berg *27-10-1913 Sneek †16-10-1943 Marrum
Nanne Fopma *20-02-1918 Jubbega †16-10-1943 Marrum
Sietse Fopma *08-02-1929 Wijnjeterp †16-10-1943 Marrum
1942Sytse en Nanne Fopma500x385Een niet ontploft projectiel werd in 1943 buitendijks gevonden door een aantal jongens. Het bleef eerst een paar weken bij een boerderij liggen, maar later probeerden ze de mortier te demonteren. Ze kregen een aantal moeren los en gingen toen met de staaf naar de zuivelfabriek. Daar probeerde men hem verder te demonteren. Van de jongens was alleen Sietse Fopma er nog bij aanwezig. Een paar andere jongens waren net weg omdat ze naar catechisatie moesten. Het projectiel ontplofte met tragische gevolgen. De twee zoons van de directeur van de zuivelfabriek, de 25-jarige Nanne Fopma, KeimpevandenBerg6 9 1938380x500die bij de fabriek op kantoor werkte, en de 14-jarige Sietse Fopma, kwamen om het leven, evenals de 29-jarige Keimpe van den Berg, die als machinist werkte in de zuivelfabriek. Laatstgenoemde is begraven in Marrum, de beide broers in Westernijkerk.

De ouders van Nanne en Sietse Fopma waren Sijmon Fopma en Trijntje de Haan. Keimpe van den Berg was een zoon van Popke van den Berg en Janke Algra en gehuwd met Geeske Tuinstra.
Foto boven: links Sietse en rechts Nanne Fopma in 1942.
Foto hiernaast: Keimpe van den Berg in 1938.

Theunis Looijenga *13-08-1916 Marrum †19 januari 1944 Marrum
Theunis Looijenga was de oudste zoon van Pieter Looijenga en Hiltje Terpstra. Hij was landarbeider en woonde bij zijn ouders aan de Jepmaloane (in het huis dat nu huisnr. 5 heeft, destijds een dubbele arbeiderswoning). Hij was dienstplichtig militair geweest, net als een van zijn jongere broers, Johannes. Op 19 januari 1944 laat op de avond deed de bezetter er een inval. De familie lag al op bed. De 27-jarige Theunis en Johannes moesten meteen mee naar beneden komen en werden ondervraagd. Ze ontkenden dat ze militair waren geweest. Uiteindelijk moest alleen Theunis meekomen en lieten ze Johannes gaan. Toen Theunis naar buiten werd geleid, ging hij er meteen vandoor. Vrijwel direct werd hij neergeschoten en dodelijk in de borst getroffen. Het huis bleek door Duitse soldaten omsingeld te zijn. Theunis Looijenga werd begraven in Marrum. (Johannes Looijenga schreef kort na de begrafenis een brief aan een dienstkameraad van Theunis over wat er gebeurd was. Deze brief is later weer bij de familie Looijenga terecht gekomen, zodat er een betrouwbare getuigenis is van wat zich die noodlottige avond heeft afgespeeld.) 

Meindert van Dijk *26-08-1923 Westernijkerk †25-01-1945 HamelnGraf Meindert van Dijk
Meinder van DijkDe landarbeider Meindert van Dijk, zoon van Frans Sijes van Dijk en Riemke Meinderts Winkel, woonde bij zijn ouders aan de Zeedijk bij Marrum. Hij kreeg in de zomer van 1943 een oproep voor tewerkstelling in Duitsland en dook daarom enige tijd onder bij een boer in Reitsum. Daarna woonde hij weer thuis tot hij een daad beging met uiteindelijk fatale gevolgen voor hemzelf. Meindert, die een eenvoudig verstand had, probeerde op 3 december 1943 brand te stichten bij een boer die lid was van de NSB. Anderen zouden hem hiertoe hebben aangezet. De beginnende brand werd ontdekt en kon worden gedoofd. Meindert probeerde te ontkomen maar werd toch ingerekend door de politie. Hij werd vastgezet in het Huis van Bewaring in Leeuwarden en daarna lange tijd in de militaire gevangenis in Utrecht. In augustus 1944 werd hij door een bijzondere nationaal-socialistische rechtbank ("Sondergericht") tot een gevangenisstraf van acht jaar veroordeeld. Na de veroordeling verbleef hij korte tijd in de gevangenis Rheinbach bij Bonn. Met het oprukken van de geallieerden werd deze gevangenis echter ontruimd en werd hij op 16 september 1944 overgebracht naar de strafinrichting in Hameln. Hij moest onder zware omstandigheden werk verrichten in een werkkamp, Holzen genaamd, dat bij de gevangenis hoort. Door de ontberingen wordt Meindert van Dijk ziek en hij wordt weer naar de gevangenis in Hameln overgebracht. Daar overleed hij op 25 januari 1945, waarmee hij één van de circa 4.400 Nederlanders was die omkwamen in Duitse gevangenissen en werkkampen (exclusief vernietigingskampen). Hij werd begraven in Wehl en in 1953 herbegraven op het Nederlands ereveld in Hannover. Een deel van deze informatie, evenals de foto van de grafsteen, afkomstig van de website geschichte-hameln.de. Op de website beeldbankwo2.nl staat een, overigens sterk verweerde, foto van Meindert van Dijk (gebruik als zoekterm op de website Meindert van Dijk).

Johannes Greydanus *15-04-1924 Westernijkerk †05-06-1945 Halberstadt
Johannes GreijdanusDe boerenzoon Johannes Greydanus, zoon van Auke Greydanus en Tytje Ferwerda, woonde op Leliastate. Hij had een oproep gekregen voor de Arbeitseinsatz maar had zich niet gemeld. Een Duitse eenheid kwam op 6 oktober 1943 langs toen hij in huis was om thee te drinken. Johannes en zijn broer Jacobus probeerden te ontkomen maar werden opgepakt. Ze moesten op de fiets mee naar het gemeentehuis in Ferwert. Jacob werd vrijgelaten en zat de rest van de oorlog ondergedoken, maar Johannes werd naar het Huis van Bewaring in Leeuwarden gebracht en na vier dagen op transport gesteld naar kamp Amersfoort. Het was het begin van een onvoorstelbare reeks ontberingen in diverse kampen. In april 1944 werd hij naar Duitsland gestuurd. Eerst naar kamp Buchenwald. In november 1944 werd hij overgebracht naar het kamp Langenstein-Zwieberge bij Halberstadt, waar hij moest helpen bij de aanleg van een tunnelcomplex waar V1 en V2 raketten geproduceerd zouden worden. In februari 1945 werd hij overgeplaatst naar een voormalige kalimijn in de buurt van Dingelstedt, tien kilometer noordelijk van Halberstadt, die toen gebruikt werd voor de productie en opslag van munitie. Hij werd daar ziek en in maart 1945 ernstig verzwakt opgenomen in een kliniek in Halberstadt. Op 8 april 1945 werd de stad door de geallieerden gebombardeerd. Toen ook de kliniek werd getroffen, lag Johannes twee dagen ernstig gewond onder het puin. Op 5 juni 1945 stierf hij in het Salvator ziekenhuis. Greydanus werd begraven in Halberstadt en in 1948 herbegraven in Marrum.
In kamp Amersfoort werd Johannes Greydanus bevriend met Jos Laarhuis met wie hij sindsdien optrok. Laarhuis overleefde de kampen wel en heeft in december 1945 zijn herinneringen aan die tijd opgeschreven. Deze zijn uiteindelijk in 2006 gepubliceerd in Het bewogen leven van een Denekamper boerenzoon, dat mede aan Johannes Greydanus opgedragen is. De foto is afkomstig van de website www.oorlogsgravenstichting.nl, waar ook een verhaal over Johannes Greydanus is opgenomen.

Anne Steegstra *08-10-1895 Paesens †10-09-1945 Paesensramp bij Paesens Anjum
Anne Steegstra was landarbeider en woonde in Marrum maar was bij zijn ouders Sjoerd Steegstra een Geertje Boelens in Paesens toen in september 1945 een eenheid van de marine daar achter de Zeedijk een aangespoelde Duitse mijn onschadelijk wilde maken. Dat ging op een vreselijke manier mis: de mijn ontplofte. Er kwamen vijf militairen en drie burgers, onder wie eveneens de vader van Anne Steegstra, om het leven. De burgers waren waarschijnlijk meegegaan om aan te wijzen waar de mijn lag. Eén militair was achtergebleven en zag van enige afstand de ontploffing.
Anne Steegstra was gehuwd met Sjoerdje Drost. Hij is begraven in Marrum.

Een aantal mensen die omkwamen, woonde niet meer in Marrum, maar was er wel geboren:
Pier Smits *17-07-1886 Marrum †02-09-1942 te Ruhrort (Dsl)
Pieter Jan Smit *04-08-1920 Marrum †30-08-1943 Spergau (Landkreis Merseburg)
Sijtske Beukenkamp *02-07-1911 Marrum  †12-03-1945 Bergum 
Jan Slim *13-02-1892 Marrum  †06-11-1944 Utrecht
Hendrik Wybo Willem ter Haar Romenij *10-10-1892 Marrum  †19-10-1944 Samarang
Jan Faber *15-10-1914 Marrum  †08-05-1945 te Luckenwalde (Dsl)
Jacob Smits * 25 april 1891 Marrum †01-04-1949 Groningen

Klik hier voor meer informatie over hen.

Op het Vrijhof in Ferwert is een monument ter nagedachtenis aan oorlogsslachtoffers uit Ferwerderadiel. De namen van Theunis Looijenga, Johannes Greydanus, Gerrit Zeemans, Willem Valk en Pieter Jan Smit zijn vermeld op dit monument. Op de website 4en5mei.nl staat informatie over dit monument en de slachtoffers. Deze informatie is mede voor bovenstaande beschrijving gebruikt, waarbij wel enkele onjuistheden zijn verbeterd.

Marrumers naar Nederlands Indië

In de periode na de bezettingstijd volgde de strijd in Nederlands Indië, het huidige Indonesië in de jaren 1945, '46, '47 en '48. Alleen al uit Marrum vandaan werden 37 jongens uitgezonden. De meesten waren zo'n 20 jaar en gemiddeld kwamen ze pas na 3 jaar weer thuis. Zonder éénmaal verlof, en de contacten met thuis waren alleen per brief, die minstens een week, maar ook wel eens 4 weken onderweg was. Onder druk van de V.N. en Amerika kwam er een einde aan de vijandelijkheden en werd op 27 december 1949 de soevereiniteit overgedragen aan de Republiek Indonesië. Hiervandaan is alleen Sije J. van Dijk daar gesneuveld, maar de hele strijd heeft meer dan 6000 levens gekost aan Nederlandse kant, van de tegenpartij een meervoud daarvan. (bron: Marrum door de eeuwen heen door H. Hoekstra, eveneens opgenomen op deze website onder 'geschiedenis'.)

Sije van Dijk  *25-03-1925  Westernijkerk †21-01-1949 Bungamas (Indonesië)
Sije van Dijk was als dienstplichtige korporaal in het Vierde Bataljon, Eerste Regiment Infanterie, op Sumatra in Indonesïe. Op 21 januari 1949 moesten twee vrachtauto's goederen ophalen om naar de plek te vervoeren waar Sijes compagnie was. Ter beveiliging zat Sije van Dijk in de eerste auto, samen met vier andere militairen. Toen de vrachtauto's werden beschoten, trof een kogel hem in zijn buik waarna hij dezelfde dag in een ziekenhuis overleed. Hij is in Indonesië begraven op het Nederlands ereveld Pandu te Bandung. Zijn ouders waren Jitse van Dijk en Hylkje Fennema die met hun gezin woonden aan de Zeedijk onder Westernijkerk (het huis heeft nu als adres Zeedijk 4). De foto van het graf is afkomstig van www.oorlogsgravenstichting.nl.

Twee Amerikaanse bommenwerpers stortten tijdens de bezetting neer bij Marrum

14 bemanningsleden sneuvelden daarbij voor onze vrijheid.

Crash 11-12-1943, vlak achter de Zeedijk

Locatie: tussen Ferwert en Marrum vlak achter de zeedijk
Datum: 11-12-1943 13:00 uur
Toestel: B-17F nr. 42-30218 bijnaam Heavenly Daze
Luchtmacht: U.S. Army Air Force, 95th. Bomb Group
Doel: Emden

Het toestel werd door Duitse jagers aangevallen en geraakt. De piloot gaf de opdracht om het toestel te verlaten maar deze opdracht bereikte de mannen die achterin het vliegtuig zaten niet. Een viertal bemanningsleden wist wel uit het vliegtuig te springen en kwam dankzij hun parachute levend neer:
bij Hallum: Robert E. Beatty, Piloot, en John B. Kernochan, Co-piloot, beiden waren gewond,
bij Twijzel: Joseph C. Forand, Bommenrichter en bij Veenwouden: David E. Goss, Navigator. Alle vier werden krijgsgevangen genomen.
Eén bemanningslid, Spangenberg, verongelukte toen hij neerkwam bij Zwaagwesteinde.
Drie bemanningsleden werden levenloos uit het toestel geborgen. Twee bemanningsleden, Laney en Miller werden levend uit het toestel gehaald, maar Miller overleed kort daarna. Albert G. Laney, Radiotelegrafist, werd gevangen genomen.
De vijf krijgsgevangenen overleefden de oorlog maar John Kernochan was er geestelijk slecht aan toe en sprong of viel op 30 mei 1945 uit een raam op de 20-ste verdieping van Hotel Commodore in New York.

Gesneuveld:

John M. Gallo, Staartschutter
Arthur E. Klemp, Rechter zijluikschutter
Douglas J. Miller, Linker zijluikschutter
Augusto Pereira, Buikkoepelschutter
Milton C. Spangenberg, Rugkoepelschutter

Het op 11-12-1943 achter de Zeedijk neergestorte vliegtuig

 

Crash 24-08-1944 in de Marrumer Mieden

Locatie: Marrum in de Mieden niet ver van de boerderij Herjuwsmawei 2
Datum: 24-08-1944 13:30 uur
Toestel: B-17 nr. 43-37903, bijnaam Toodles Boy
Luchtmacht: U.S. Army Air Force
Doel: Merseburg

De B-17 werd boven het doelgebied door luchtafweergeschut geraakt en verloor daardoor contact met de formatie en stortte bij Marrum neer. Er waren geen overlevenden. De meeste bemanningsleden zijn nooit gevonden, alleen het lichaam van E.R. Bromage is gevonden voor de kust van Groningen bij Wierhuizen. Mogelijk zijn de andere bemanningsleden ook boven zee uit het vliegtuig gesprongen.

Gesneuveld:

John D. Connell jr., Piloot
John R. Crookston, Co-piloot
William C. Jaeger, Navigator
Edward R. Bromage, Bommenrichter
Jim H. Dean, Rugkoepelschutter
James E. Gurley, Radiotelegrafist
Lucien R. Paradis, Buikkoepelschutter
Raymond E. Sahlberg, zijluikschutter
William J. Harrison, Staartschutter


Er stortten ook twee Duitse vliegtuigen neer bij Marrum, één op het Noarderleech en één bij Westernijkerk. In totaal vonden drie Duitsers daarbij de dood. Veel informatie over tijdens de oorlog neergestorte vliegtuigen is te vinden op www.luchtoorlogfriesland.nl. 

Talloze geallieerde vliegtuigen stortten neer in de Waddenzee en de Noordzee. 

arne o bergum

Op 7 mei 1944 spoelde op het Wad boven Marrum het lichaam aan van een vliegenier. Hij kon worden geïdentificeerd als  de Amerikaan Arne O. Bergum, geboren in de staat Montana. Hij was al sinds 22 december 1943 opgegeven als "missing in action", nadat zijn B-24 bommenwerper in de Waddenzee, ten oosten van Texel was neergestort. Evenmin als de andere negen bemanningsleden overleefde bommenrichter Arne Bergum de crash. Zijn lichaam werd geborgen en overgebracht naar het lijkenhuisje op het kerkhof te Westernijkerk, alwaar hij op woensdag 10 mei 1944 om 16.00 uur werd begraven in aanwezigheid van een predikant en de burgemeester. In oktober 1945 werd hij herbegraven op de Amerikaanse Begraafplaats Margraten.

Oproep

Hebt u aanvullende informatie, verbeteringen of wilt u een foto beschikbaar stellen, dan verzoeken we u contact op te nemen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.