header-foto12.png

Marrumers uit de historie

Gerben Rinkhout, jeneverstoker en 'Doelist'

Gerben Rinkhout was een steenrijke jeneverstoker in de 18e eeuw. Hij was afkomstig uit Leeuwarden waar hij al het beroep van jeneverstoker uitoefende, maar na zijn huwelijk met de weduwe Trijntje Lieuwes in 1730 vestigde hij zich in Marrum.

Gerben is een zoon van Johannes Martens en Maaike Jans en is 31 jaar als hij met de circa 40-jarige Trijntje trouwt. Hoe hij met Trijntje Lieuwes in kennis is gekomen weten we niet. Financieel gezien sloeg Rinkhout door zijn huwelijk met deze rijke Marrumer weduwe zijn slag. Trijntje was al tweemaal eerder getrouwd geweest en heeft een dochter uit een van deze huwelijken. Samen met Gerben Rinkhout krijgt ze twee keer een dochter,van wie de eerste als baby overlijdt. In 1743 komt Trijntje te overlijden. De tekst op de grafsteen onder de vloer in de kerk van Ferwert luidde: "Den 13 augusty 1743 is in den heere gerust den eersamen Tryntie Luwes oudt 53 jaarren huisvrouwe van haar laatste man de coopman Gerben Rinkhoud tot Marrum". Gerben Rinkhout blijft met zijn dochter Mayke in Marrum wonen en het beroep van destillateur uitoefenen. Daarnaast zal hij druk zijn geweest met het beheer van zijn toenemende bezit.

Gerben Rinkhout heeft echter meer kwaliteiten. In 1748 bedenkt hij een belastingheffing die eerlijker moet zijn dan het tot dan toe bestaande. In dat jaar is namelijk de grote onvrede over het systeem van belastingheffing de oorzaak van een groot oproer, het pachtersoproer genoemd. De belastinginning was destijds verpacht aan belastingpachters. Bij het oproer viel in Hallum zelfs een dode. Gegoede en succesvolle kooplieden zoals Rinkhout waren niet alleen ontevreden over de belastingheffing maar ook over het gebrek aan zeggenschap. In de Friese politiek werde de politiek bepaald door een niet al te groot aantal regentenfamilies die de hogere ambten bezet hielen en ook de verdeling van de lagere ambten onderling regelden. Samen met anderen kwam Rinkhout hiertegen in het geweer, waarmee hij tot de zogenaamde "Doelisten" behoorde. (De naam is afgeleid van de Doelen, waar zij hun bijeenkomsten hielden.) De Doelisten hadden hun hoop gevestigd op stadhouder Willem IV. Naar aanleiding van het oproer werd een prijsvraag uitgeschreven voor een nieuw systeem van belastingheffing. Rinkhout stuurt een ingenieus plan in, dat met enige aanpassingen ook wordt ingevoerd. Hij ziet af van de beloning waarop hij recht heeft voor het maken van het belastingplan. In 1749 wordt een quotisatiekohier opgesteld over hoe ieder gezinshoofd wordt aangeslagen. Een succes wordt de belastingheffing niet en het systeem wordt in 1750 al weer afgeschaft.

De onvrede onder veel burgers over belastingheffing en gebrek aan zeggenschap blijft nog decennia doorsmeulen en komt in de patriottentijd weer tot een grote uitbarsting. Deze keer hebben de ontevreden burgers hun hoop niet meer gevestigd op de stadhouder, maar moet deze daarentegen het veld ruimen. Gerben Rinkhout maakt dat niet meer mee. Wel verwerf hij enige invloed en aanzien doordat hij in 1753 tot bijzitter en mederechter (naast de grietman) van Ferwerderadeel werd. Gerben Rinkhout bouwt zijn bezit verder uit. Bij zijn dood bezat hij in totaal zo'n 216 hectare grond in Wanswerd, Hallum, Marrum, Ferwerd, Blije en Nijkerk. Er werd in de 18e eeuw veel gepronkt en de hoeveelheid huisraad was enorm zo blijkt uit de inventaris die na het overlijden van Trijntje is opgemaakt. Zo bezat het echtpaar in 1743 205 Delftse pannen, 93 lakens, 68 slopen, 50 bierglazen en 49 romers en veel porcelein. Het vermogen van Gerben Rinkhout en Trijntje Lieuwes vormt de basis van het vermogen van de Marrumer Albarda's (die van het Heephûs) en van de familie Looxma-Ypeij (van de Vijversburg bij Tietjerk). 

Dochter Mayke Rinkhout is als enig erfgenaam natuurlijk een aantrekkelijke huwelijkspartner. Binse Aages Looxma (ook beschreven in Marrumers uit de historie) heeft het graag voor haar over om uit Sneek hierheen te verhuizen. 

(Belangrijke bron voor dit verhaal is het boek 'Tot aandenken aan mijne moeder' : filantropie en grootgrondbezit te Swarteweisein 1650-1892-1992 van Goffe Jensma.)

←terug naar overzicht