SPINNEWEBUITSNEDE.png

Nieuws

Verbazing over bijbaan gedeputeerde Schrier bij lobbygroep voor groen gas

Gedeputeerde Schrier, die de plannen voor grootschalige mestvergisters in Fryslân in portefeuille heeft, is bestuurslid van de lobbyclub stichting Groen Gas Nederland, zo meldde het Friesch Dagblad op 1 augustus. Schrier is op 19 juli in Marrum geweest voor een gesprek met dorpsbelang en het actiecomité over het plan van Klaas Nijboer en Engie voor een megavergister aan de Botniaweg, en heeft daarbij niets gezegd heeft over deze nevenfunctie die hij tot gister toe ook niet openbaar gemaakt had op de website van de provincie. Dit terwijl hij al sinds zijn aantreden in mei 2015 in het bestuur van de belangenorganisatie zitting heeft.

Dorpsbelang en het actiecomité zijn dan ook verbaasd over deze nevenfunctie van gedeputeerde Schrier. Uit het artikel in het Friesch Dagblad blijkt dat hij zijn bestuurslidmaatschap van de branche-organisatie gaat heroverwegen. Daarbij wensen dorpsbelang en het actiecomité hem veel wijsheid toe.

De opmerkingen van Schrier in het artikel in het Friesch Dagblad geven dorpsbelang en het actiecomité nog wel aanleiding tot enkele opmerkingen:

  • Schrier zegt dat bij initiatieven voor de bouw van een biovergister landelijke wet- en regelgeving geldt en dat de wet objectief is en de provincie zich daaraan houdt. Daarbij gaat hij eraan voorbij dat de provincie ook mogelijkheden heeft om voor biovergisters aanvullende regelingen te maken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om provinciaal strengere geurnormen vast te stellen.
  • Over het groeiend verzet onder de bevolking zegt Schrier: "Als de vergister op een vreemde plaats komt te staan, snap ik de zorgen. Ze moeten goed in het landschap worden ingepast." Het is opvallend dat Schrier hier weer alleen het landschap noemt, zoals hij ook op omrop Fryslân deed n.a.v. de discussie over de vergister in Burgum. Daarbij gaat hij voorbij aan de bezwaren tegen de vergister vanwege de te verwachten overlast (o.a. vrachtverkeer en geur) en risico's op gebied van veiligheid en gezondheid. Als die overlast en risico's er niet zouden zijn, én als het echt duurzaam zou zijn, zou je misschien aantasting van het landschap hier of daar moeten accepteren. Maar een solitaire vergister in het buitengebied zo dicht bij het werelderfgoed Waddenzee lijkt ook dan niet bepaald voor de hand te liggen.
  • Verder zegt Schrier dat bij de vergisters van Kootstertille en Marrum niet de provincie maar de gemeenten de vergunningen hebben verleend. Voor de vergister aan de Botniaweg heeft de provincie echter op 14 april 2011 een milieuvergunning verleend. Later dat jaar heeft de gemeente vanwege een wijziging van het plan een omgevingsvergunning verstrekt maar de voorschriften van de milieuvergunning gelden nog steeds behalve voor zover daarvan in de omgevingsvergunning is afgeweken. In de milieuvergunning staat bijvoorbeeld als voorschrift: "Ter plaatse van geurgevoelige objecten (lees: woningen) mag geen geur afkomstig van de inrichting waarneembaar zijn." Het bevoegde gezag heeft dus mogelijkheden om bij de vergunningverlening in aanvulling op de (landelijke) regelgeving bijzondere voorschriften voor een concrete situatie op te stellen, want dit is een bijzonder geurvoorschrift dat de provincie waarschijnlijk heeft opgenomen vanwege de aanwezigheid van woningen in nabijheid van de beoogde locatie van de vergister. De huidige plannen wijken overigens af van die in 2011 en hiervoor zal een gewijzigde of nieuwe vergunning aangevraagd moeten worden door Engie.