Tjallingastate is een oud adellijk woonstee maar heeft vooral een unieke geschiedenis als ‘weesplaats’. Meer dan 300 jaar zijn er wezen opgevangen op Tjallingastate in Westernijkerk bij Marrum, waar nu de familie Schuiling boer is. Op 2 april 1541 legde het kinderloze echtpaar Sjoerd van Andla en Kinsck van Ropta, eigenaren van Tjallingastate, in een donatiebrief de stichting van het weeshuis vast. Tot 1877 verbleven er wezen op de boerderij, meest jongens, die ook mee moesten helpen met het agrarische werk.
De geschiedenis van de weesboerderij is hier te lezen.
Van de eerdere historie is het volgende bekend. In 1452 wordt Thyard Zthalingha genoemd; zijn zoon was Ydze Zthalingha, grietman van Ferwerderadeel. Eén generatie later wordt (een) Idts Tzalinga opnieuw genoemd: in 1481 kwam hij met andere Schieringers Wybe Jarichsz Jelckema te Akkrum te hulp. In 1483 werden vader en zoon Wygara uit Terzool op zijn huis in Westernijkerk gevangen gezet, en in 1487 tekende hij het verbond tussen Dokkum, Dantumadeel en Ferwerderadeel.
Als dochter van Idts kan Siouck Tzallinga worden gezien. Zij trouwde met de in 1512 onthoofde Gerbrandt Mockema, die in 1511 eigenaar van Tjallinga-state te Westernijkerk was van syn wyffs wegen. In 1500 was het huis al door de Saksische soldaten in de as gelegd. In 1540 was Sjoerd Andla, vanwege zijn vrouw Kinsck van Ropta, eigenaar van Tjallinga. In 1541 bestemden zij Tjallinga-huis met bijbehorende goederen tot een weeshuis. De stichting Tjallinga-weeshuis bestaat tegenwoordig nog en is tot op de dag van vandaag eigenaar van de boerderij en landerijen.
Dat Tjallinga oorspronkelijk een stins was, blijkt uit de aanwezigheid van een stinswier op het terrein.
Bron: Stinzen in middeleeuws Friesland: een voorlopige inventarisatie, PN Noomen.

Tjallingastate omstreeks 1920

In 1777 werd Tjallinga state deskundig opgemeten. Landmeter Groenewoud bracht de boerderij in kaart.