Het is heel moeilijk om te bepalen waar vroeger stinzen hebben gestaan. We sluiten aan bij het standaardwerk van Paul Noomen over stinzen in Friesland. Volgens die bron hebben Sybada, Reinalda en Saskera, waar nu boerderijen te vinden zijn, ook een geschiedenis als stins.

De stinzen in de omgeving van Marrum en Westernijtsjerk volgens de inventarisatie van PN Noomen
Sybada
Sybada werd voor het eerst in 1382 in een boek met de ‘mirakelen van onze lieve vrouw van ’s Hertogenbosch‘ genoemd als Zibadehusen. Door de verering van Onze Lieve Vrouwe van ‘s-Hertogenbosch vond een bewoner van Zibadehusen in die prochi geheyten Meerhem in 1382 genezing.
Een dochter van de Sibeda’s trouwde in het midden van de 15de eeuw met de in 1462 in een gevecht omgekomen Tzaling Botnia van de Botniastins onder Marrum. Als adellijk huis raakte het waarschijnlijk in het begin van de 15de eeuw buiten gebruik. In 1511 en 1540 was Sijbada goet daardoor een pachtboerderij van de Botnia’s. Het wapen Sibeda, een halve adelaar en een zespuntige ster, figureerde toen nog in de kwartierstaten van de Botnia’s.
Ter plekke waar in de Nieuwe Tijd eene plaats Sijbada State aan den Hooge Heerenweg, zoals het floreencohier van 1850 hem noemt, stond, staat ook tegenwoordig nog een boerderij met die naam aan de Hoge Herenweg 8 te Marrum.
Reinalda
Reinalda, de boerderij aan de Ljouwerterdyk 2 werd in 1540 toe Regnaelde genoemd. Ernaast aan de westkant lag een stinswier, dus daar zal ooit een stins hebben gestaan. In de 16de eeuw was het adellijk bezit, maar werd het verpacht.
Er lagen in Westernijkerk twee Reinalda-goederen: groot en klein. De huidige Reinalda-boerderij was groot-Reinalda. Groot-Reinalda behoorde in 1511 aan Jemme Herjuwsma, hoofdeling te Ferwerd. Na zijn terechtstelling hertrouwde zijn weduwe Saepck Itsma met Douwe van Burmania, die in 1540 als eigenaar wordt vermeld. Saepck liet Regnalda-zate leggende toe Nykerck in Ferwerderdeel in haar testament van 1562 na aan de kinderen van Here Douwes van Burmania (haar stiefzoon) en Frau Stenstera (haar dochter uit een nog eerder huwelijk). In 1640 was de grietman Douma eigenaar van Regnalda.
Klein Reinalda lag aan de Jeppemaloane, ongeveer halverwege aan de oostkant. Over de relatie tussen Groot- en Klein-Reinalda kunnen verschillende hypothesen worden opgesteld. Auck Jellinga/Marckla en Wyger Feytsma waren in 1540 en 1543 eigenaars van dat ghuedt hietende Lutke Renalde. Omdat Aucks moeder in haar eerste huwelijk met Jeppe Jeppema getrouwd was geweest en ook andere Jeppema-goederen, zoals Markla te Hallum, daardoor op Auck vererfden, is het goed mogelijk dat Klein-Reinalda van Auck Markla afkomstig was en eerder behoorde aan de naburige Jeppema’s.
In 1558 kwamen Groot- en Klein-Reinalda tijdelijk in één hand: Saepck Itsma, die ook Groot-Reinalda bezat, kocht toen ook Klein-Reinalda. Vier jaar later liet ze Clein Regnaldae na aan haar zoon Gemme van Burmania. Itsma was de naam van een boerderij aan de Marrumervaart (huidig adres Nieuweweg 2), maar het is niet zeker of de naam van Saepck Itsma daar vandaan kwam.
In de 16de eeuw en later waren Groot- en Klein-Reinalda pachtgoederen. Dat hier in de middeleeuwen een verdedigbaar huis stond, blijkt uit de stinswier die in 1718 in de singel ten westen van het erf van Groot-Reinalda lag. In de 16de eeuw werd Reinalda-state als oude adellijke woonplaats beschouwd.
Saskera
Halverwege de Jepmaloane staat de boerderij genaamd Saskera (Jepmaloane 3).
Misschien woonde op Saskera in 1423 Foppeka Saxghera, in dat jaar “eeheer” in Ferwerderadeel. Saskera styns werd in 1483 in het testament van Jeppe Jeppama genoemd. Jeppa Jeppama van het naburige Jeppemahuis vermaakte Saskera styns met Sasker guth en Saszker terp aan zijn zusters Bottie en Ulke. Om dat mogelijk te maken zou nog wel een ruil van landerijen nodig zijn.
Het goed Sasckera komt in 1543 voor als belending van het pastorieland tussen het dorp en de Oude Zeedijk. In 1562 was Saskera eigendom van Saepck Itsma, die Saskeraguedt in dat jaar naliet aan de kinderen van haar dochter Frau Stenstera, gehuwd met Here van Burmania, tegelijk met ondermeer Regnalda-zate en den huysstede op Copckewier onder Westernijkerk.
In de Nieuwe Tijd was het een pachtboerderij, in 1640 eigendom van de weeskinderen van Idsert van Burmania.
De kaarten van 1718 en 1850 tonen Saskera als een gewone boerderij aan de Jeppemalaan.
Rembrechta
Intrigerend is nog de naam Rembrechta. In de 12de en 13de eeuw worden in de Abtenlevens van Mariengaarde verschillende aanzienlijke en adellijke inwoners van Marrum met de naam Rembrechta genoemd. Het is niet bekend waar de stins Rembrechta castellum van de familie Rembrechta stond. Het kan natuurlijk ook zijn dat het huis Rembrechta later een andere naam heeft gekregen.
Bron: Stinzen in middeleeuws Friesland: een voorlopige inventarisatie, PN Noomen