Aan de Hoge Herenweg, niet ver van de aansluiting met de Botniaweg, ligt een verhoogde middeleeuwse woonplaats, die archeologisch beschermd is. Dit zou de plaats zijn waar de Botniastins gestaan heeft. De Botniastins was het stamhuis van de hoofdelingenfamilie Botnia, ook wel Bottinga genoemd, die er tot ca. 1500 woonde.
Het goed bleef tot het uitsterven van de familie rond 1708 eigendom van de familie. Er werd wel gedacht dat Botnia toen al eeuwen een gewone boerderij was, maar dat blijkt niet te kloppen. Op een lepel staat een afbeelding van Botniastate, met daarbij de tekst: Bontiastate, herbaut 1753.
Over de geschiedenis van de familie Botnia tussen 927 en 1411 ontstond in de fantastische geschiedschrijving van de 16de eeuw een uitgebreide sage. De Botnia’s zouden afstammen van een Zweedse hertog, die zich Botnia noemde naar zijn plaats van herkomst aan de Botnische Golf. In de vrouwelijke lijn zouden de Botnia’s afstammen van de oude Friese koningen.
Een andere overlevering vertelt hoe Feycke Botnia aan de eerste kruistocht (die plaastvond van 1096 tot 1099) deelnam en vanwege zijn dapperheid bij de belegering en inneming van Jeruzalem door Godfried van Bouillon tot ridder werd geslagen.
In de Statenzaal van het Provinciehuis is een muurschildering te vinden van de legende. (afbeelding afkomstig van commons.wikimedia.org dankzij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)
Er zijn dus twee legendes over Botnia uit de fantastische geschiedschrijving van de 16de eeuw, maar het eerste historisch betrouwbare bericht dateert uit 1418. Yornd Bottyngha, die in 1418 in Marrum woonde, was grietman van Ferwerderadeel.
Een tijdgenoot van hem was Fecke Botnya, die in 1422 samen met Foppe Bottynga als Vetkoper hoofdeling het verdrag met de Schieringers ondertekende.
Feckes zoon Tzaling Botnia – de Botnia’s waren inmiddels Schieringers – werd in 1462 in Marrum doodgeslagen door Schelte Jaiama, die waarschijnlijk even verderop aan de Hoge Weg woonde. kroniekschrijvers noemen Tzaling een “koen en onverzaagd heerschap”. Tzaling trouwde met de erfdochter Sibeda, van Sibeda state eveneens aan de Hoge Weg onder Marrum.
Tzalings zoon Fecke Botnia was van 1481 tot 1487 als Schierings hoofdeling, dan nog wonend te Marrum, herhaaldelijk bij gewelddadigheden betrokken. In 1491 ondertekende hij met twee hoofdelingen Sythyemma uit Hallum het verbond met Groningen. Zijn uit Rinsumageest afkomstige vrouw Ayl Juwsma keerde na zijn dood naar Rinsumageest terug. Zeker vanaf 1498 werd Botnia state dan ook niet meer door familieleden bewoond.
De latere Botnia’s woonden meestal in Westergo. Vooral in Franeker hebben ze hun sporen nagelaten, o.a. met de bewaard gebleven Botniastins daar. De state vererfde achtereenvolgens op Feckes zoon Juw Botnia, op Groot-Botniahuis in Franeker, raadsheer in het Hof van Friesland en in 1517 en 1524 grietman van Ferwerderadeel. Botnya state liggende toe Merrem in Ferueredeel, zoals het goed in een testament uit 1547 omschreven werd, vererfde vervolgens op zijn zoon Fecko Botnia en diens oomzegster Foekel Juws Botnia. Zij stierf in 1606 kinderloos en liet Groot Bothnia sate ofte state na aan haar heef Juw (Douwes) Botnia. De laatste liet de state in 1610 weer aan zijn zoon Doecke Botnia, sinds 1615 grietman van Wymbritseradeel, na. Doecke stierf in 1621 en werd in Franeker begraven. Zijn dochter Fokel van Botnia was in 1640 eigenares van Botnia. Fokels tantezegster Helena van Botnia erfde in 1673 Botniastate. Zij was de laatste van de familie Botnia en overleed in 1708.

D.H. Cannegieter trachtte in 1862 naar een afbeelding op een zilveren lepel een reconstructie van de stins te tekenen. In 2024 dook de lepel met de originele afbeelding op op een veiling. Op de lepel staat de tot dan toe onbekende informatie dat Botniastate in 1753 herbouwd is.
Op de lepel staan de familiewapens van generaal-majoor Johan Harmes van Idsinga (1670-1730) en zijn vrouw Alegonda Johansdr. Coenders (1671-1746). Zijn woonden op Pongastate, maar waren ook eigenaar van Botniastate. Vaak gingen states binnen de familie over, maar mogelijk hebben zij Botniastate niet geërfd maar aangekocht. Er zijn tenminste geen aanwijzingen dat ze familie waren van Helena van Botnia die in 1700 nog eigenaar was.


Het familiewapen van Botnia
Bronnen:
P.N. Noomen, Stinzen in middeleeuws Friesland: een voorlopige inventarisatie
Stinseninfriesland.nl van C.W. Braaksma
https://aldfryslan.nl/veiling/sessie-1-april-2024/lepel-botnia-state-marsum-1753